leven wel weer op de rit

leven wel weer op de rit

leven wel weer op de rit.

“Het ging een beetje lullig”, zegt Esther (53) over de periode waarin ze haar woning in centrum Amsterdam verloor. Eerst was er die hernia die maakte dat ze op stel en sprong moest verhuizen. Toen de dubbele lasten en de daarop volgende huurschuld waardoor ze op straat kwam te staan. Zoon Tommie ging bij een goede vriend wonen, zij in een vrouwenhuis. “Daar begon het slechte leven pas echt.”

Verslaafd aan alcohol was ze al. Maar daar kwamen, tussen de ernstige gebruikers in het vrouwenhuis, ook drugs bij. En angsten. Veel angsten. “Ik voelde me niet veilig. Midden in de nacht bonkten ze op mijn deur. Dat ze as uit mijn asbak wilden om cocaïne te roken.”

Ze vertelt erover in haar woning in Holendrecht, Amsterdam Zuidoost. Na zeven jaar dakloos te zijn geweest heeft ze sinds anderhalf jaar weer een eigen plek. Met hulp van het Leger des Heils. Het gaat goed, zegt ze. Grote verleidingen zijn er niet meer. Twee keer greep ze in een moeilijke situatie naar de fles. Maar met de begeleiding van zorgmedewerkers lukt het haar beter dan voorheen om zich staande te houden.

Kwetsbare groep

Een op de drie vrijgekomen sociale huurwoningen in de hoofdstad gaat naar mensen als Esther. Alcohol- of drugsverslaafden, mensen met torenhoge schulden in combinatie met psychische klachten, verstandelijk beperkte mensen. Woningcorporaties streven ernaar deze kwetsbare groep binnen drie maanden via het project Housing First aan een huis te helpen. Een opvallende ontwikkeling; vijf jaar terug ging tien procent van de corporatiewoningen naar hen. Met de hulp van zorgaanbieders moeten deze voormalig daklozen hun leven weer op de rit krijgen.

Hartstikke fijn, benadrukt Esther. Toch klinkt in die dankbaarheid een schuldgevoel door: “Ik ben ook begaan met de jeugd hoor.” Ze doelt op haar nu 21-jarige zoon. Ook op zoek naar een woning. Zij was binnen een half jaar onder de pannen, hij moet waarschijnlijk jaren wachten. U maakt zeer weinig kans, slingert Woningnet (de database van woningen in de regio Amsterdam) keer op keer weer in zijn mailbox.

Bij de Amsterdamse Federatie voor Woningcorporaties (AFWC) kennen ze het probleem. De wachttijd voor een sociale huurwoning in Amsterdam loopt op tot wel zestien jaar.

Hoe is de hulp van Housing First te rijmen met de enorme druk op de Amsterdamse woningmarkt? Niet, zegt Cathelijn Groot van AFWC eerlijk. “We snappen heel goed dat mensen zeggen: ‘En ik dan? Ik sta al jaren te wachten.’ Maar we vinden als woningcorporaties dat er plek moet zijn voor iedereen.” Ook belangrijk, zegt Groot: een eigen veilige plek versnelt het herstel.

Meerwaarde

Harry Doef, directeur Zorg bij het Leger des Heils in Amsterdam, ziet het bij zijn eigen mensen. Daklozen die hij via Housing First aan een huis helpt, haken niet meer snel af. De meerwaarde van het project drukt hij liever niet in geld uit. Maar een dakloze met zorg aan huis, is goedkoper dan één in de 24-uursopvang, zegt Doef. Aan zo’n opvang is de maatschappij per persoon gemiddeld 60.000 euro kwijt. Begeleiding aan huis kost 20.000.

Ook Doef heeft te maken met Amsterdammers die na jaren wachten nog steeds onder aan de sociale huurwachtlijst bungelen. Een deel van hen klopt vaker bij het Leger des Heils aan. Dakloos geworden vanwege een scheiding of schulden. “Voor deze daklozen is de voorrangsregeling niet bedoeld. Dan krijg ik te horen: ‘Ik moet dus eerst drugsverslaafd zijn om eindelijk een woning te krijgen.’ Die frustratie snap ik helemaal.”

Dat geduw en getrek om sociale huurwoningen is het gevolg van beleid, zegt stadsgeograaf Cody Hochstenbach van de Universiteit van Amsterdam. Politiek Den Haag heeft de corporatiesector uitgehold, stelt hij zelfs. Corporatiewoningen moesten verkocht of gesloopt. In krap 15 jaar tijd verdwenen er daardoor alleen al in Amsterdam 30.000 sociale huurwoningen. Tegelijkertijd eist datzelfde Den Haag dat corporaties meer huurgeld afstaan, woningen energiezuinig maken en een vangnet zijn voor de meest kwetsbaren, ziet Hochstenbach. “Corporaties worden in een keurslijf geduwd. Kiezen ze ervoor de ene groep te huisvesten, dan moeten ze de andere groep teleurstellen.”

Esther in Holendrecht is zich erg bewust van haar voorrangspositie. Krijgt een verslaafde versneld een woning toegewezen, dan moet die ook echt zijn best doen het leven op orde te krijgen, vindt ze. Zelf is ze er enorm druk mee. Trainingen moeten voorkomen dat ze tijdens een zwak moment weer gaat drinken. En een droombaan heeft ze al in gedachte: het begeleiden en coachen van jonge verslaafden. “Mijn huis wil ik ook afmaken. Mooie lampen ophangen, fotolijstjes her en der, schilderen. Maar ik moet financieel gezien wat geduld hebben. Het komt wel goed. Het komt altijd goed.”

Bron:  Trouw  . nl

 

Geef een stadswandeling-cadeau

Geef een reactie

Sluit Menu