Is roken een beslissing uit vrije wil, of een verslaving?

Is roken een beslissing uit vrije wil, of een verslaving?

Is roken een beslissing uit vrije wil, of een verslaving?

Op sommige dagen lijkt het wel alsof de wereld uit twee kampen ­bestaat. Aan de ene kant de mensen die vinden dat roken een persoonlijke zaak is en een vrijwillige keuze. Daar tegenover de groep die zegt dat roken een verslaving is en dus een kwestie van nationaal belang. Het kan geen toeval zijn dat rokers vooral in het eerste kamp zitten en ­ex-rokers in het tweede. Ze verschansen zich stevig in de loopgraven en schieten over en weer met steeds grover geschut. Maar waarom eigenlijk? Is het niet veel slimmer om eens te onderzoeken wie er gelijk heeft? GOED NIEUWS Dan hebben we meteen goed nieuws: beide kampen hebben een punt. Een sigaret opsteken begint als vrijwillige handeling én roken is een verslaving waar het ministerie van volksgezondheid zich beter wel mee kan ­bemoeien. Natuurlijk is een verslaving geen goed nieuws, dat weet iedere verslaafde als geen ander, zo bedoelen we het ook niet. Wel dat het accepteren van beide opvattingen een goede start van het nieuwe jaar kan betekenen. Want wat is nu eigenlijk die vrije wil en wat is een verslaving? We doen iets uit vrije wil wanneer we in staat zijn om in een bepaalde situatie op verschillende manieren te handelen. En dat is voor sommige rokers best te doen. Ze kunnen bijvoorbeeld prima beslissen of ze die sigaret nú opsteken of later. Zij hebben dus enige controle over hun rookgedrag. Verslaafd zijn we wanneer we niet kunnen stoppen met gedrag waarvan we weten dat het niet goed voor ons is. En dat geldt voor zo goed als alle rokers. Rokers weten dat het niet slim is om te roken. De overgrote meerderheid (meer dan 80 procent) wil er ook het liefst mee stoppen, maar wat een zwaar geploeter is dat, zeg. Het verlangen naar dat fijne gevoel bij een trekje is simpelweg te groot. En daardoor pakt een roker toch elke keer weer die volgende sigaret. NET ALS PLASSEN Verslaving is dus vooral het verlangen naar dat heerlijke, maar erg kortstondige gevoel. Kortom, het is een beetje als plassen. De drang om te plassen wordt steeds groter, maar het moment waarop we naar de wc gaan, kunnen we zelf kiezen. Wat is nu het goede nieuws? Dankzij de vrije wil kan een klein deel van de ­rokers gewoon stoppen. Helemaal zelf, op wilskracht. Zij hebben daar niemand bij nodig. De vraag is: waarom lukt dat maar een op de vijftig mensen (2 procent)? Dat is omdat je iets moet opgeven wat jaar in jaar uit zoveel genot heeft gebracht, gemiddeld twintig (sigaretten) keer zeven (inhalaties) per dag. En dat voor de rest van je leven. Daar moet je wel heel sterk voor in je schoenen staan. Of het belang moet groot genoeg zijn. Bijvoorbeeld een familielid dat longkanker krijgt, een zwangerschap, acute gezondheidsproblemen of een ­financiële beloning van de baas. Het succes is veel groter als de omgeving meewerkt, gezin, vrienden, collega’s, horeca. Een rookvrije omgeving is de beste steun voor de ploeterende ­roker die wil stoppen. Daarom is het verstandig dat de overheid zich ­ermee bemoeit. Ze heeft mogelijk­heden om te helpen de omgeving rookvrij te maken. Bovendien kan ze ervoor zorgen dat mensen geen extra kosten maken bij het stoppen met behulp van een zorgverlener of eventueel medicijnen. Het allermooiste zou natuurlijk zijn wanneer scholieren überhaupt niet ­beginnen met roken. Dan hoeven zij in ieder geval later niet zo te ploeteren. Bron: Trouw . nl

Geef een reactie

Sluit Menu